BVA Timeline

1919

1919-1929

Eerste campagnes en regulering van het vak

Het reclamevak trekt rond 1900 heel wat scharrelaars aan, want iedereen kan zo een eigen bureau beginnen. Door de wildgroei aan bureaus ontstaat er behoefte aan regulering. De Nederlandse Dagbladpers en Nederlandse Periodieke Pers stellen in 1915 voorschriften op waarin adverteerders en advertentiebureaus zich moeten houden: de Regelen voor het Advertentiewezen (ROTA). Bureaus die aan de voorschriften voldoen, krijgen een erkenning die recht geeft op 15 procent korting bij het plaatsen van advertenties. De 15 procent zullen decennialang de basis vormen van de bureauhonorering én de inzet voor discussie tussen adverteerders en bureaus.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) dalen de omzetten, maar er resteert nog voldoende handel en bedrijvigheid om reclame voor te maken. Beschuit- en koekfabrikant Verkade introduceert een nieuw reclame-medium: het plaatjesalbum. In 1923 volgt de eerste grote reclamecampagne in Nederland (voor Blue Band-margarine). De reclamewereld organiseert zich in de ‘Vereeniging voor Reclame’ (in 1927 omgedoopt tot het Genootschap voor Reclame) en komt met een eigen vakblad. In deze periode komt er ook enige ordening en regulering in het reclamevak. Dit is het tijdvak waarin de belangenverenigingen voor adverteeerders (BVA, 1919) en voor (erkende) reclamebureaus (VEA, 1917) het licht zien. Reclame wordt professioneler. Het reclamebureau plaatst niet alleen advertenties, maar maakt ook campagnes. Ook kunstenaars worden actief in de reclame.


BVA's eerste wapenfeiten

1919
BVA bond van Adverteerders wordt opgericht door J.Goris, uitbater van een zaak ‘in huishoudelijke artikelen Engros’. Het was hem een doorn in het oog hoe veel kranten omsprongen met de advertentietarieven. Ook was er nog weinig sprake van standaarden. Adverteerders moesten maar afwachten op welke manier hun advertentie in de krant verscheen en ze hadden geen enkel inzicht in de kosten die voor plaatsing werden berekend. Met 85 medeondertekenaars stuurde Goris een oproep aan 400 collega-adverteerders om tot samenwerking te komen. Deze mobilisatie leidde op 6 mei 1919 tot de oprichting van de Bond van Adverteerders. Verenigd binnen dit collectief lukte het de adverteerders al snel om bij diverse kranten en tijdschriften gunstige voorwaarden te bedingen. (Schreurs)

jaren '20 De verenigde adverteerders zetten meteen sterk in op transparantie, een doel dat nu ook nog steeds een speerpunt van BVA is. De adverteerders wilden bij de verstrekking van oplagegegevens niet afhankelijk blijven van de soms summiere of vage gegevens die de uitgevers van tijdschriften en dagbladen zelf verstrekten. Oplagecontrole, bij voorkeur via een accountant, zou adverteerders en bureaus, in de gelegenheid stellen om op feitelijke verifieerbare gronden te kiezen voor hun advertentiemedia.

1920: Nadat dagbladen hun advertentietarieven flink verhogen, en een gevecht waarin enkele adverteerders hun advertenties stopten, kreeg de BVA het voor elkaar de verhogingen te halveren.

1921: in de ledenvergadering van 1921 werd het Bureau voor Oplagecontrole opgericht.
(tussen 1922-28 was het BVO de voornaamste activiteit van de BVA . Veel werk is verzet om de oplage controle acceptabel te maken bij de uitgevers. Toch wilde het bureau niet floreren. – BVA 50 jaar)

1928: de Telegraaf voert een gecamoufleerde prijsverhoging van 30 % in. Voorzitter Arthur Isaac van de Bijenkorf is de drijvende kracht achter het uiteindelijk compromis.



bronnen voor deze timeline (beeld en tekst): ReclameArsenaal, ISSG, VEA, Scheurs; De geschiedenis van Reclame in Nederland, BVA archiefonderzoek (Stephanie vd Wouw), Cees van Staal; BVA in woord, 75 jaar BVA


1929

1929-1939

Crisis: koopt Nederlandsche waar

Door de crisis in de jaren '30 richten bedrijven zich noodgedwongen meer op de binnenlandse markt. De collectieve reclame komt op. Karakteristiek voor de tijd is de campagne 'Koop Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar'. Reclamefiguren en mascottes worden populair. Plakbedrijven gaan over tot standaardformaten en sluiten contracten met tal van gemeenten. Hierdoor kan in korte tijd het hele land van affiches worden voorzien. (RA)








BVA wapenfeiten



1930: Oprichting bureau: Het BVA Inlichtingenbureau. Hoek Herengracht/ Leidsestraat. Later verhuisd naar Tesselschadestraat nu. 7. Eerste directeur is dhr. H.J. A. Hermens.

1933: dagbladen accepteren oplagecontrole van de BVA.

15 maart 1934: oprichting Normalisatie Commissie: zorgen voor eenheid in kolombreedten en letterhoogten.

1934: Baanbrekende enquêtes naar de leesgewoonten van de inwoners van Amsterdam (1931), Rotterdam (1932) Den Haag (1933) en Utrecht (1939-1940)

1936: Het  platte advertentiebureau wordt steeds meer een adviesbureau. Dat leidt tot discussie over de honorering. BVA directeur H.J.A. Hermens stelt in dat kader op een vergadering van de bond in 1936 voor dat de betaling aan de nieuwe werkwijze moest worden aangepast. Pas wanneer de 15 procent afspraak uit de Regelen wordt afgeschaft en de adverteerder rechtstreeks aan het bureau betaalt, wordt het het reclamebureau volledig als zelfstandige onderneming erkend. En niet als ‘zetbaas’ van de exploitanten. De gevestigde bureaus reageerden zeer afwijzend op het voorstel. Volgens hen waren de regelen in 1933 en 1936 juist aangepast om bureaus een grotere onafhankelijkheid en zelfstandigheid te garanderen. Ook was de kortingsregeling onmisbaar als basisvoorziening. In het vakblad Meer Baet schreef reclameman Sartory een fel artikel tegen het voorstel: “Wie zich verbeeldt, dat reclame neerkomt op regelprijzen, worde boekhouder of calculator (...) In de reclame hoort hij niet thuis (...) Wat de reclame maakt of breekt, dat is het reclame-plan, de grondidee, het propagandaprogramma, dat aan een campagne ten grondslag ligt.” (Scheurs 109) Deze strijd zal nog vier decennia voortwoekeren tot in de jaren '80 BVA erin slaagt de 15 procent regeling op de helling te krijgen.



1939

1939-1949

Reclame voor surrogaat-artikelen
Na de Duitse bezetting in 1940 staat Nederland economisch en politiek op zijn kop. Dat heeft gevolgen voor de reclamewereld. Ondanks het sterk dalende aanbod gaan grote bedrijven als Philips, Douwe Egberts, Unilever en Albert Heijn de eerste oorlogsjaren gewoon door met adverteren. Veel van de reclame betreft surrogaatartikelen, zoals Fama-koffie van Douwe Egberts. Op schuttingen en reclamezuilen verschijnt veel propaganda van Duitse en Nederlandse nazi-organisaties. In 1944 komt het economisch leven min of meer tot stilstand en is er nog maar weinig reclame. Het volume aan advertenties daalt dramatisch. Bovendien wordt reclame door de bezetter aan strenge restricties onderworpen. Er komt belasting op advertentieinkomsten en vanwege de papierschaarste gelden strenge regels voor de grootte van advertenties en de frequentie waarin wordt geadverteerd. Een periode ook waarin de standaardisatie doorzet. Verschillende zaken die voor de oorlog al op de agenda stonden worden nu verder doorgevoerd, zoals oplagecontrole en standaardafmetingen voor reclameborden en affiches (op basis van de Deutsche Industrie Normen). Ook komen er meer normen voor de vormgeving van de advertentiepagina’s.


BVA wapenfeiten

Medio 1940:  BVA zendt haar leden een circulaire: “Het reclamewezen toont op het oogenblik een weinig opwekkend beeld: op ieder gebied van reclame valt een vrijwel catastrophale inzinking te constateeren.” (Scheurs p 132) BVA doet een beroep op haar leden om toch vooral te blijven adverteren, omdat anders de hele branche ineen zou storten.

1940-1945: Het perswezen wordt in 1941-1942 geheel naar de hand van de bezetter georganiseerd. Ook de directeur van het BVA Inlichtingenbureau, dhr. F.E. Hollander, moet later onderduiken.

1948: BVA bestuurleden J.P. Couling van Van Nelle en Jac Verkade zijn de drijvende krachten achter het opzetten van een grote geografische documentatie van verspreidingscijfers en oplagen van dagbladen en tijdschriften.

1949

1949-1959

Wederopbouw en jaren '50
De eerste jaren na de oorlog zijn veel artikelen nog op de bon en is krantenpapier schaars. Lichtreclame is ter besparing van energie verboden en etalage’s blijven ’s avonds na half negen onverlicht. Dankzij de Marshall-hulp vanaf 1948 gaat het beter en kan er meer reclame worden gemaakt. In 1951 vindt de allereerste reguliere Nederlandse televisieuitzending plaats. In de eerste jaren kijken maar enkele duizenden mensen televisie, vooral door technische beperkingen en hoge kosten.

In jaren '50 neemt reclame voor merkartikelen een grote vlucht en hier en daar is sprake van marketing. In de jaren '50 wordt 'brave' reclame gemaakt. Het vak krijgt meer aanzien. Adverteerders en bureaumensen maken kennis met het uit Amerika overgewaaide fenomeen ‘marketing’. In 1958 verschijnt een kritisch boek over reclame dat veel ophef veroorzaakt: 'De Verborgen Verleiders' van de Amerikaan Vance Packard. De auteur betoogt daarin dat reclamemakers de consument met geraffineerde psychologische methoden zonder morele beperkingen trachten te verleiden tot het doen van aankopen; het publiek wordt gemanipuleerd. Packard’s kritiek op de reclamemakers en ondernemingen wordt door velen gedeeld. Deze kritiek zal nog decennia lang nadreunen.


BVA wapenfeiten

1951:
BVA laat in Rotterdam 1500 gezinnen ondervragen om inzicht te krijgen in doublures (lezen van meerdere dagbladen/tijdschriften)

1952: BVA laat in Amsterdam 2500 gezinnen ondervragen om inzicht te krijgen in doublures.

1952: Veel dagbladen verhogen het IM tarief tussen 25- 50%. BVA richt een speciale Commissie op, die ervoor zorgt dat vrijwel alle bladen hun IM tarieven naar beneden bijstellen.

1952: Oprichting Commissie Televisie- Reclame, die nu nog steeds een actieve rol speelt binnen BVA.

1952: oprichting Commissie Vakbladen


1959

1959-1969

Radio en tv-reclame toegestaan
De ‘sixties’ gaan aan de reclame niet voorbij. De jeugd wordt als doelgroep ontdekt. In het vak meldt zich een jonge generatie, die kiest voor creativiteit. Amerikaanse reclamebureaus komen naar Nederland en tv-reclame wordt ingevoerd.

De invloed van de jeugd op de reclame neemt in deze jaren toe. In tijdschriften als Twen en Hitweek verschijnen advertenties die de taal van de jongeren spreken. Het onderzoek ‘Twieners’ van reclamebureau Prad toont aan dat jongeren voor veel bedrijven de belangrijkste doelgroep vormen.
Vanaf 1967 is radio- en televisiereclame toegestaan. Het eerste Ster-blok met tv reclame wordt uitgezonden op maandag 2 januari en opent met een commercial van het Cebuco: ‘De krant kunt u niet missen, geen dag!’. Voor het kijkerspubliek en voor de reclamewereld is de tv-reclame nog even wennen. Vooral de wasmiddelreclame wekt ergernis. Maar de commercials voor Jamin met Ton van Duinhoven, geregisseerd door Gidi van Liempd, valllen bij het publiek in de smaak.



BVA Wapenfeiten

1961:
NAMO Nationaal Advertentie Media Onderzoek (verricht door NIPO in opdracht van de BVA). Op 28 augustus start het onderzoek, waarbij gedurende 52 weken elke maandag 360 gezinnen ondervraagd worden over het lezen van dagbladen en tijdschriften. In totaal zullen 18.000 vraaggesprekken plaatsvinden. In 1962 worden de uitkomsten gerapporteerd. Het rapport verschijnt in 1964.

1962: BVA stuurt haar leden een strijdbare oproep om niet mee te doen aan de 15 procent opslag voor bureaus.

1963: Ministerie van EZ uit onvrede over kartelvorming van Regelen; BVA gebruikt de vaste 15% als handvat om onderhandelingen met het gesloten front van NDP, NOTU en VEA te laten mislukken; BVA treedt uit de ROTA.

1963: BVA richt zich officieel tot de Leden van de Tweede Kamer en verzoekt namens leden tot openstelling van televisie voor reclame uitzendingen.

1964: BVA is mede-oprichter van Stichting Reclame Code, SRC: hét instituut voor zelfregulering binnen commerciële communicatie. Missie van de SRC is ervoor te zorgen dat in Nederland op verantwoorde wijze reclame wordt gemaakt. Daartoe heeft de onafhankelijke stichting regels opgesteld waaraan reclame moet voldoen, die staan uitgespeld in de Nederlandse Reclame Code.

1966: 1 september inschrijving reclame zendtijd bij Ster open.

1967: BVA maakt - net als nu, zij het in primitievere vorm - analyses voor haar leden van de Ster-reclame, zie grafiek>>

1967: De Bioscoopcontact Commissie krijgt strikt vertrouwelijke inzage in de grote lijnen van de bezoekersaantallen. Door de classificatie van bioscopen in groepen begint BVA met de cijfermatige beoordeling van meterpijzen. Hierdoor beslist de Vereniging voor Bioscoopreclame Exploitanten in 1966 dat de kosten voortaan gerelateerd worden aan het aantal bezoekers per week en niet meer op een vaste meter-prijs.

1968: Enquête onder tv adverteerders waarin gevraagd werd naar bestedingen in dagbladen, tijdschriften (over 1966) en (na 1967) op televisie. Op 9 mei 1968 gaat een delegatie van het bestuur in gesprek met Minister van CRM waarin zij uitbreiding van de zendtijd bepleiten. De Minister breidt de zendtijd uit.

Ook in jaren
’60:

- BVA stelt voor buitenreclame een Prijzen Register in uit vertrouwelijke gegevens van door de leden betaalde prijzen. Hierdoor kunnen leden prijzen checken bij de Bond los van dat wat door de exploitanten wordt gevraagd.

- BVA is mede oprichter Stichting Reclame Onderwijs (levert om de 2 jaar jonge mensen af die geschoold zijn in het reclame vak).

- BVA mede oprichter van het Media Informatie centrum (verzamelt en publiceert oplage- en verspreidings gegevens).
1969

1969-1979

Een kritischer blik op reclame
Een nieuwe generatie reclamemakers richt eigen bureaus op en slaat nieuwe wegen in: brutaler, onorthodoxer, meer eigentijds. Copywriter en artdirector ontwikkelen er voortaan samen de campagnes. Intussen brengt de groei van multinationals een nog grotere invasie van Amerikaanse reclamebureaus naar Nederland.

De kritiek op de reclame laait ook weer op. Dolle Mina voert actie tegen het vrouwbeeld in de reclame en in consumentenprogramma’s worden valse pretenties van reclames doorgeprikt. Reclamemakers verweren zich of stappen het vak uit. Maar de jaren zeventig zijn ook een tijd waarin het peil van het vak stijgt: reclame begint leuk te worden.




BVA wapenfeiten


1969:
BVA viert haar 50-jarig jubileum, onder meer - zoals dat anno 2009 opnieuw gebeurt!- met een feestelijk diner. Klik voor een beeldimpressie uit het jaarverslag op afbeelding rechts.


1979

1979-1989

Meer humor in de reclame

De reclame groeit in omzet en volume. TV-commercials worden volwassen en humoristischer. Er wordt steeds meer gebruikgemaakt van populaire acteurs en zangers. Ook de buitenreclame bloeit op dankzij een nieuw concessiesysteem. Plakbedrijven plaatsen nieuwe bushokjes (abri's) en reclamezuilen (mupi's) en verzorgen het onderhoud. In ruil daarvoor mogen ze er reclame op maken. Er ontstaat een markt voor mediabureaus die de inkoop van advertentieruimte voor meerdere adverteerders tegelijk regelen.

De jaren tachtig zijn de jaren van lifestyle en yup. De kritiek ebt weg. Reclame verzakelijkt. Nieuwe disciplines, zoals direct mail en sales promotion, worden steeds belangrijker.




BVA Wapenfeiten


1987: Groot onderzoek naar honorering van reclamebureaus en gehanteerde contractvormen.

1988:
BVA participeert in de prijs voor effectieve reclame, de Effie.

1988: Oprichting van Stichting Adverteerdersjury Nederland/SAN met als doelstelling de kennis en ervaring van adverteerders in te zetten voor een structurele bijdrage aan het communicatievak. BVA participeert in SAN.

1989: Verandering van naam Bond van Adverteerders naar BVA, Associatie Nederlandse Adverteerders. De naam daadwerkelijk geïntroduceerd begin 1990.

1989

1989-1999

Commerciële tv en reclame als onderdeel van de maatschappij
 
In 1989 gaat Veronique van start, het latere RTL 4. In reactie op de groeiende hoeveelheid reclame komt ‘shockvertising’ op, zoals in campagnes van Benetton, Mazda en Love Jeans. Deze leiden tot veel klachten bij de mede door BVA opgerichte Stichting Reclame Code. Zo ontstaat ook een discussie over de rol van reclame in de samenleving. Dat die groot is bewijst ook de tentoonstelling Reclamehelden van het ReclameArsenaal die in 1999 start in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Deze expositie over iconen uit de reclamehistorie trekt een recordaantal bezoekers.

De reclamebranche internationaliseert. Het werk van Nederlandse reclamemakers krijgt internationale waardering. Vanuit de overheid worden reclamerestricties opgelegd. Niet alleen Den Haag, maar ook de EU in Brussel bemoeit zich in toenemende mate met reclame. In de tweede helft van de jaren negentig wordt tabaksreclame verboden.


BVA Wapenfeiten

1990: Overweging van boycotten Ster. Door de komst van RTL kwam de Ster in maart in de problemen door de afnemende kijkcijfers en de dienovereenkomstige stijging van de kosten per GRP. De dreiging van BVA werd door de Ster tegemoet gekomen: de Ster verlengde haar GRP-garantie tot 25% van het budget voor geheel 1990. De adverteerders kregen tussen de 80 en 100 miljoen gulden ‘meer waar voor hun geld’.

1991: Na bemiddeling van de BVA is Media Audits Nederland eind 1991 van start gegaan.

1992:
BVA Congres ‘Advertising 360 ˚: Kiezen of Delen’ Tweedaagse bijeenkomst in de RAI (kleine 400 deelnemers). Als lokker voor het congres maakt BVA een commercial, te bekijken via het ReclameArsenaal.

1993: Het BVA bestuur heeft overleg gehad met NDP - dit kwam ook in de vakpers.’ In tegenstelling tot wat in sommige artikelen werd beweerd, heeft BVA nimmer haar leden opgeroepen tot een boycot van de dagbladen. Wel heeft de BVA opnieuw haar verontrusting uitgesproken over de geringe veranderingsgezindheid bij de NDP en over de kartel afspraken binnen de NDP / CEBUCO.

1993: Initiëren, opstellen en het introduceren van de Code Verspreiding Ongeadresseerd Reclamedrukwerk (Code VOR).

1993: ontwikkeling BVA/VEA-contractmodel om de afspraken tussen adverteerder en reclamebureau vast te leggen.

1995: Via het Adverteerders Advies College heeft BVA inzicht en inspraak gekregen op de ontwikkeling en het onderzoek van TV reclame (het grote zap-onderzoek). De eerste concrete resultaten van het SPOT onderzoek zijn in april 1996 gepresenteerd.

1997: ‘Het in 1996 gestarte overleg met commissie Economische Mededinging heeft ertoe geleid dat zowel de 15% regeling, als de prijsafspraken van dagbladen binnenkort formeel ontbonden zijn.’

1997: BVA geeft opdracht aan dr. Arie de Boon (Roccade Informatica Groep) en prof.dr. Michel Wedel (Rijksuniversiteit Groningen) het Continue Kijkonderzoek, dat door Intomart wordt uitgevoerd namens NOS, STER en IP, te onderwerpen aan een validatie onderzoek

1998:
(maart) Oprichting HOI. In eerste instantie door BVA en de printuitgevers, later haakt PMA aan.

1998: In opdracht van de Commissie Radio wordt de samenwerking met de verschillende radiozenders in het Continu Luister Onderzoek (CLO) onderworpen aan een validatie onderzoek.
1999

1999-2009

Door wijziging van de Mediawet kunnen commerciële radio- en televisiestations voortaan op de kabel. Nieuwkomers Veronica, RTL en SBS zorgen voor een explosieve toename van de reclamezendtijd. Veel succesvolle commercials hebben humor en ironie, soms gemengd met een dosis surrealisme. Er is een hausse aan publiekstijdschriften. Door de liberalisering van de telefoon- en energiemarkt ontstaan nieuwe bedrijven (Ben, Libertel, Telfort, Dutchtone, KPN Telecom, Eneco, Nuon, Essent) die strijden om de aandacht van de consument. Reclame is economisch van groot belang. Het aanbod aan reclamemiddelen neemt toe, en vooral internet groeit sterk.

Anno 2009 zijn spannende tijden aangebroken. De economie trilt op zijn grondvesten na het uitbreken van de kredietcrisis en ook sociaal-maatschappelijk verandert er veel. De consument wordt steeds kritischer en mondiger. Kopers delen informatie over producten met collega-kopers (via internet), kijkers zappen weg bij reclameblokken en de papieren krant in de huidige vorm lijkt z’n langste tijd te hebben gehad. De overheid probeert haar greep op de commerciële communicatie te vergroten. In de politiek wordt steeds vaker aangestuurd op een beperking of verbod van commerciële communicatie voor bepaalde branches of gericht op bepaalde doelgroepen. Denk aan het voorgestelde verbod op ‘leen’reclames, het reeds ingevoerde verbod van alcoholreclame op televisie voor 21:00 uur en de discussie over reclame gericht op (jonge) kinderen. Ook in het dossier over de toename van het aantal mensen met overgewicht krijgt reclame de zwarte piet toegespeeld.

De rol van adverteerders en dus ook van BVA als spreekbuis van adverterend Nederland, verandert mee met de wereld om ons heen. Om zoveel mogelijk vrijheid in communicatie te behouden is het van groot belang dat bedrijven inzien dat dit alleen maar vrijheid in verantwoordelijkheid kan zijn. Ga de dialoog aan met de doelgroep en probeer de 'waste' zoveel mogelijk te beperken. Een adverteerder moet zorgen voor een relevante boodschap die op het juiste moment in de juiste vorm bij de juiste persoon terecht komt. Een groot deel van de adverterende bedrijven heeft die transitie van ‘zenden’ naar ‘de dialoog aangaan’ al doorgemaakt.


BVA Wapenfeiten

November 2000:
Media- en reclamebank BBC meldt dat 99,9 procent van radiocommercials volgens planning wordt uitgezonden. In totaal zijn in opdracht van PRE (Platform Radio Exploitanten) en in overleg met de BVA en het PMA (Platform Media Adviesbureaus) 71.000 uitzendingen gecontroleerd.

2000:Totstandkoming eerste JIC Stichting KijkOnderzoek (SKO).

Juli 2001: De contracten voor de uitvoering van het nieuwe kijkonderzoek in Nederland zijn ondertekend. Opdrachtgever is de in 2000 opgerichte Stichting KijkOnderzoek (SKO), een samenwerking tussen adverteerders (BVA), media adviesbureaus (PMA), de televisiezenders (SPOT) en de NOS.

2001:BVA zorgt ervoor dat VNU (Sanoma) haar onterechte tariefstelling voor 2001 neutraliseert. Een langdurig onderhandelingsproces heeft ertoe geleid dat voor de tariefstelling 2002 is uitgegaan van oplage-ontwikkeling - met terugwerkende kracht vanaf 2000.

September 2001: BVA noemt het in Adformatie ‘onverstandig’ van van PCM om haar internetactiveiten te bekorten. “Dagbladsites zijn ‘bij uitstek een manier om jongere lezers terug te halen en aan de dagbladen te binden. De wereld verandert, de functie van het dagblad zal wezenlijk veranderen, of dat hoofdredacteuren goed uitkomt of niet.’

1 januari 2002 oprichting NOM

2002: Onderhandelingen met Sanoma hebben geleid tot een grote transparantie en kosteneffectiviteit: door het creëren van meer inzicht/transparantie is het voor de leden mogelijk om met 1% van hun media-uitgaven efficiënter om te gaan. We praten hier dan gauw over een bedrag van ongeveer Euro 35 miljoen.

Juli 2002: BVA stuurt een brief naar minister Heinsbroek van Economische Zaken, waarin ze haar ongerustheid over de situatie uit over het veranderende radiolandschap en de voorgenomen frequentieveiling.

15 juli 2002: BVA heeft met het Contractmodel Adverteerder/reclamebureau 2002 een nieuw contractmodel beschikbaar. Nadat de VEA in het voorjaar van 2002 had besloten niet meer met de BVA tot een nieuw gemeenschappelijk contractmodel te willen komen, is de BVA zelfstandig overgegaan tot het opstellen dit standaardcontract.

31 oktober 2002: BVA, VEA en GVR kondigen een ‘intensieve samenwerking’ aan in de vakpers. De besturen van de drie verenigingen presenteren de plannen op 31 oktober 2002 tijdens hun, op het zelfde moment gehouden, ledenvergaderingen. In een intentieverklaring is vastgelegd dat partijen in het voorjaar van 2003 het Centrum voor Commerciële Communicatie zullen oprichten.

2003: De BVA heeft de collectieve tariefverhoging die de tv-exploitanten wilden invoeren in verband met gastkijken middels een klacht bij het NMa ongedaan weten te maken. Daarmee hebben we in 2003 voor adverterend Nederland gemiddeld 6% van het televisiebudget ofwel zo’n € 35.000.000 bespaard.

2004: Presentatie “Schokkend nieuws voor de buis”.

2004: Door de voortdurende dialoog rekent Sanoma nog steeds af op behaalde oplage en is ook recent een ten onrechte gedane tariefverhoging ongedaan gemaakt.

2004: Publicatie eerste bereikscijfers van de Stichting Internet Bereiksonderzoek, STIR.

Per 1 januari 2004: Oprichting van CMC.

2004: Subcommissie van de Commissie Televisie, ‘Ster moet blijven’. In dat kader heeft samen met CMC lobbyist Hans Hillen een constructief gesprek plaatsgevonden over de toekomst van de publieke omroep met staatssecretaris Medy van der Laan.

Zomer 2004: Oprichting stichting ReklameRakkers, een educatief programma ten bate van mediavaardigheid en reclamebewustzijn bij kinderen. Ook de BVA ondersteunt dit initiatief in het belang van de zelfregulering.

September 2004:
BVA waarschuwt haar achterban voor de diverse manieren waarop mediabureaus extra inkomsten kunnen verwerven. In een rapport geeft de branchevereniging een opsomming met voorbeelden waarmee BVA-leden zelf te maken hebben gehad. Het rapport lekt uit naar de vakpers en er ontstaat veel commotie.

oktober 2005:
Het Platform Buitenreclame Exploitanten (PBE) praat met brancheverenigingen PMA en BVA over het opzetten van een nieuw onderzoek naar buitenreclame. Het laatste buitenreclameonderzoek in Nederland dateert van 2000.

November 2005: CDA verkondigt de wens om de Publieke Omroep vanaf 2008 reclamevrij te maken. BVA vindt dat de Ster moet blijven, omdat hiermee doelgroepen worden bereikt die anders moeilijk kunnen worden aangesproken en verkondigt deze mening in de vakpers en via een lobby aan de betrokken bewindslieden.

26 september 2006:
Een veilige transparante omgeving, waarbinnen adverteerders ongehinderd kunnen experimenteren met Interactieve Digitale Beeldscherm Communicatie (IDBC). Dat is kort gezegd de doelstelling van de zojuist door BVA bond van adverteerders opgerichte Stichting IDBC: Kennis en Ontwikkelingsplatform voor Interactieve Digitale Beeldscherm Communicatie.

20 januari 2006: BVA en VEA lanceren voor hun achterbannen een pitch document met als titel ‘Spelregels voor het pitchproces’ . Deze nieuwe richtlijnen moeten transparantie in het pitchproces bewerkstelligen.

Februari 2006: BVA lanceert Code of Conduct Media Auditing en Benchmarking. De code biedt helderheid in de activiteiten van de diverse partijen, die zich bezighouden met het auditen en benchmarken van mediacampagnes.

Februari 2007: BVA verweert zich tegen het verbieden van alcoholreclame voor 9 uur ’s avonds op radio en televisie.

Najaar 2007:
Eerste RediTV iAds worden opgeleverd door BVA’s Stichting IDBC. Het gaat om een pilot van zeven interactieve commercials van Holland Casino 2x, Telfort, Chocomel, Libresse, Zilveren kruis en Douwe Egberts).

September 2007:
Minister President J.P. Balkenende reageert positief op het CMC voorstel voor een denktank van overheid en communicatieverenigingen. BVA maakt deel uit van deze CMC belangenbehartiging.

2008 heeft in het teken gestaan van het voorbereiden van de JIC's voor Internet en Buitenreclame.  

Voorjaar 2008: oprichting van de Media Council. Vier afgevaardigden uit het Algemeen Bestuur van BVA zetten zich actief in voor alle media-gerelateerde issues.

Najaar 2008: de voorbereidingen voor een Call for Tender voor het KijkOnderzoek zijn gestart. BVA heeft daar via het Bestuur en de Technische Commissie van SKO een bijdrage geleverd. Een belangrijke rol in de voorbereidingen was weggelegd voor de Media Council en ook de BVA Commissie Televisie.