Groter media-aanbod bij gelijke bestedingstijd
Hoewel het media-aanbod de afgelopen dertig jaar is gegroeid, is de hoeveelheid tijd die Nederlanders aan media nagenoeg gelijk gebleven.
Die bevinding is afkomstig uit de recent verschenen publicatie van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) 'Achter de schermen. Een kwart eeuw lezen, luisteren, kijken en internetten'.
In deze publicatie beschrijven de auteurs dr. Frank Huysmans, dr. Jos de Haan en dr. Andries van den Broek, de ontwikkelingen in media-aanbod, media-uitrusting en mediagebruik tegen de achtergrond van sociale veranderingen die de Nederlandse samenleving in de afgelopen drie decennia heeft doorgemaakt.
Uit het onderzoek komt naar voren dat het media-aanbod sinds 1975 sterk is gegroeid, maar dat de hoeveelheid tijd die Nederlanders aan deze media besteden is echter vrijwel gelijk gebleven. Van de gemiddeld bijna 45 uur vrije tijd per week gaat bijna 19 uur (ruim 40%) op aan media en ict. Tweederde deel van de mediatijd (12,4 uur oftewel ruim 27% van de vrije tijd) wordt voor de televisie doorgebracht. Verder bemerken de onderzoekers dat in de afgelopen kwart eeuw een verschuiving in de tijdsbesteding heeft plaatsgevonden van oude naar nieuwe media. De tijd besteed aan sociale contacten is in die periode aanzienlijk gedaald. Ook telt elke nieuwe generatie minder lezers van boeken, kranten en tijdschriften dan de vorige. Zo las in 2000 van de 50-65 jarigen nog 35% een boek, 66% een tijdschrift en 80% een krant. Onder 20-34 jarigen waren deze percentages resp. 27%, 46% en nogmaals 46%.
Op het gebied van televisie blijven ouderen blijven volgens de onderzoekers de publieke omroep nog het meest trouw. Jongere kijkers geven de voorkeur aan de commerci�le omroep. Daarnaast zijn jongeren het meest vaardig in het omgaan met nieuwe media en besteden zij er van alle leeftijdsgroepen ook de meeste tijd aan. De onderzoekers keken ook over de grenzen: in Nederland is het marktaandeel van de publieke omroep vergeleken met andere Europese landen relatief laag (37%). Per hoofd van de bevolking wordt echter ook veel minder geld aan de publieke omroep besteed dan bijvoorbeeld in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Ook keken de onderzoekers naar de toekomst van de media. Nu internet zich ontwikkelt tot het centrale distributiemedium voor tekst, beeld en geluid en voor onderlinge communicatie, is een mediabeleid ingedeeld naar letteren, pers, omroep, ict en communicatie-infrastructuur niet langer adequaat. Een alternatieve indeling naar de functies die media vervullen (informeren en opini�ren; gezelschap bieden en verbondenheid creëren; socialiseren en cultureel integreren; amuseren) ligt volgens hen meer voor de hand.
Voor de publicatie is geput uit de data van het Tijdsbestedingsonderzoek dat sinds 1975 om de vijf jaar is gehouden. Met dit voor het laatst in 2000 gehouden onderzoek beschikt het SCP over een rijke gegevensbron waarmee het gebruik van gedrukte, audiovisuele en digitale media in onderlinge samenhang kan worden beschreven. De studie van het SCP maakt deel uit van een langlopend onderzoeksprogramma, met als titel 'Het culturele draagvlak'. Dit programma brengt met steun van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontwikkelingen in de cultuurdeelname van de Nederlandse bevolking in kaart.
De publicatie is bestelbaar via de website van het SCP:
Voeg je eigen commentaar toe

