09-11-06 - ReklameRakkers Congres: 'Maak ook ouders mediawijs'
Er moet een gedragscode komen voor op kinderen gerichte commerciële online communicatie en ouders moeten worden betrokken bij media-educatie. Dat waren twee veel terugkomende geluiden tijdens het Reklame Rakkers Congres 2006 ‘Commercie en Media. Waar ligt de grens?’, dat plaatsvond op 2 november jl. in het Festige Theater te Amstelveen. Op deze bijeenkomst werd ook de Nationale Opleiding MediaCoach geïntroduceerd.
Mediapsycholoog dr. Jaap van Ginneken (o.m. bekend van ‘Verborgen Verleiders’) signaleerde als eerste spreker trends in de jongeren communicatie. Enkele adviezen: waarschuwen werkt averechts en less is more. Volgens Van Ginneken is mediascholing noodzakelijk: “De mediaomgeving wordt steeds voller en zit ook steeds meer vol verborgen verleiders. We moeten jongeren blijven leren de foefjes te herkennen en hun eigen agenda te maken om mediageweld te hanteren.”
Els Swaab, onder andere voorzitter Raad voor Cultuur en advocaat bij Boekel de Neree en voorzitter Stichting Democratie en Media, vindt dat kinderen vaak mediawijzer zijn dan hun ouders: “Niet alleen de kinderen hebben mediaonderwijs nodig, maar de ouders en leraren.” In juli 2005 presenteerde de Raad voor Cultuur het rapport `Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap’, waarin de raad vermeldt dat het niet meer gaat om media-educatie maar om mediawijsheid: “het leren hoe je bewust, kritisch en actief kunt bewegen in een fundamenteel gemedialiseerde wereld”. Het gaat dus niet om het af- of beschermen van kinderen voor negatieve invloeden, maar om hen te leren hoe met de media om te gaan. De Raad voor Cultuur adviseert in het rapport mediacoaches op te leiden en aan te stellen, zodat het onderwerp op de agenda van scholen komt. Dat resulteert in een nieuw initiatief, waaraan diverse partijen deelnemen: de Nationale Opleiding MediaCoach. In 2007 wordt de opleiding ondergebracht in een stichting. Ondertussen worden pilots uitgevoerd.
Na het volgen van de Nationale Opleiding MediaCoach (NOMC), moet de mediacoach in staat om op een didactisch verantwoorde wijze mediaprojecten te initiëren die de mediawijsheid van kinderen en jongeren verbeteren. Die media educatie hoeft volgens Swaab niet alleen op school plaats te vinden, maar ook op andere locaties. In wordt ook contact gezocht met andere externe partners.
Na Swaab deed ReklameRakkers directeur Liesbeth Hop de plannen uit de doeken voor 2006/2007. Er lopen diverse onderzoeken. Net afgerond is de inventarisatie van nieuwe vormen van commerciële communicatie en een onderzoek naar Media Smart programma’s in andere landen. In samenwerking met UvA staat ook het Reklame Rakkers onderzoek voor 2007 in de steigers. Daarnaast wordt het huidige Reklame Rakkers lesmateriaal uitgebreid en geactualiseerd en er wordt gewerkt aan het Media Makkers lesmateriaal.
Hop gaat nog in op de Nationale Opleiding MediaCoach. Hop: “Wij hopen dat deze opleiding als steen in de vijver zal werken; dat het bewustzijn over media wordt versneld. Als het verkeer steeds drukker wordt, zijn er ook steeds meer verkeersregels en moeten mensen daarvan op de hoogte zijn. Zo werkt het ook met de mediadrukte, er komt steeds meer bij en voorlichting is daarbij onmisbaar.”
Voorlichters op scholen hoeven volgens Hop niet uit het onderwijs afkomstig te zijn. Hop: “Juist ook mensen uit het bedrijfsleven kunnen veel vertellen over de werking van commerciële communicatie.”
Ook Jacqueline Smit, Country Manager MSN Nederland, liet zien hoe MSN verantwoord met commerciële communicatie om probeert te gaan. Smit: ”Zeker moet je kinderen voorlichten over de werking van media, maar je moet ook de ouders informeren. Zo kunnen ze controleren of er geen verkeerde dingen gebeuren.” MSN-ende jongeren, die tijdens het chatten ineens de hete adem van hun ouders in de nek voelen, tikken de term POS (parent over shoulder) in om chat-genootjes te waarschuwen om het gesprek parent-proof te maken. Volgens Smit gaat het niet alleen om het fatsoensbesef van adverteerders en exploitanten. Smit: “Ouders moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen en op de hoogte zijn van wat er allemaal bij hun kinderen speelt.”
Tot slot toonde Remco Pijpers, hoofdredacteur Mijn Kind Online (samenwerking KPN en Ouders Online) en specialist jeugd en internet, een oproep voor meer regulering voor internet. Pijpers: “Er zijn geen algemene regels. In deze reclame jungle geldt het recht van de sterkste. Daar zijn kinderen in hun eentje niet tegen opgewassen. We moeten ze beschermd de jungle laten verkennen.”
Welke ethische grenzen trekken de online exploitanten eigenlijk zelf? Pijpers: “Velen hanteren iets als de Jamba-grens. Die duidt op het afwijzen van de agressieve techniek van dit soort ringtone-aanbieders, waarbij kinderen ertoe worden verleid persoonlijke gegevens prijs te geven. Habbo-hotel laat dergelijke aanbieders bijvoorbeeld niet toe, maar geeft wel aan op de grens van wat wettelijk is toegestaan te zitten. Op TMF en Spele.nl zie je wel de ringtone-aanbieders terug.” Pijpers verbaast zich erover dat veel jeugdwebsites niet zijn aangesloten bij het CBP Hij pleit voor meer transparantie aan de voor- én achterkant. Pijpers: “Adverteerders en exploitanten, kom met regels en betrek ouders erbij. Er zou een code-of-conduct moeten komen voor site-usability en online reclame.”
De deelnemers aan het debat over jongeren en media vonden dat in het algemeen ook. Debatleider was Alfred Levi, oprichter MM&MO en voorzitter NIMA. Verder namen deel Peter Nikken, afdeling Jeugd en Media, NIZW; Patrick Alders, Directeur MTV Networks, Nickelodeon; Edo Postma, Adviseur Media Educatie, ProBiblio; Eeke Wervers, Stichting Leermiddelen Ontwikkeling; Stefanie Jansen, Manager IPM Kidwise; Léon Bouwman, Hoofdredacteur vakblad Adformatie en Hans Hillen, voorzitter CMC (waarin ook BVA is verenigd). De panelleden waren verdeeld over het nut van de opleiding tot MediaCoach. Hillen: “Zo’n coach moet niet zijn eigen emoties omtrent media projecteren.” Ook Léon Bouwman is niet per se voor een coach: “In eerste instantie is die voorlichting een taak van de ouders.” Stefanie Jansen staat volledig achter het initiatief. Ook Edo Postma ziet er het nut van in: “Zo lang het maar om coachen gaat.” In het gesprek tussen Kidwise en een stel jongeren tussen de 12 en 16 jaar dat vooraf ging aan het debat toonden kinderen zich weinig enthousiast over mediavoorlichting op school. Volgens de 12-jarige wisten kinderen op het voortgezet onderwijs al prima waar het om ging en was voorlichting alleen nodig voor basisschoolkinderen. Wat als kinderen geen interesse hebben in media-educatie?
Léon Bouwman: “Kinderen zelf zijn zich bewust van commerciële boodschappen; ze prikken overal precies doorheen. De boodschap moet wel relevant zijn, dan willen ze wel opletten.Misschien is het beter de ouders mediawijs te maken, zodat ze de wereld van hun kinderen beter begrijpen.” Hans Hillen: “Ouders sjokken altijd achter hun kinderen aan, dat is van alle tijden. De kinderen zetten zich af maar uiteindelijk valt de appel niet ver van de boom. Door ouders bij media-educatie te betrekken, bereik je dus ook de kinderen.”
Moet je bepaalde vormen van op kinderen gericht communicatie wettelijk verbieden, wil Levi weten. Stefanie Jansen van KidWise: “Je hoorde het net bij Jaap van Ginneken: een verbod werkt meestal averechts. “ Hans Hillen: “De ontwikkelingen gaan te snel voor wetgeving. De overheid loopt vaak achter de feiten aan. De branche moet zelf met regulering komen, want wetgeving is vaak niet toereikend of te laat.” Léon Bouwman: “Zo’n bedrijf als Jamba is natuurlijk een boevenclub, maar dat gaat snel rond bij jongeren. Zo logenstraft het zichzelf.”
Wat adviseert het panel ReklameRakkers als focus voor 2007? Richt je ook op de ouders en blijf aan de weg timmeren voor verantwoorde commerciële communicatie en zelfregulerende initiatieven, luidt de goede raad in een notendop.
Meer over ReclameRakkers is te vinden op http://www.reklamerakkers.nl/
Voeg je eigen reactie toe
