12-11-09 - CMC Reclamepoort brengt politiek en branche nader tot elkaar

Commerciële communicatie aanwijzen als oorzaak van maatschappelijke issues als obesitas of overmatig drankgebruik is uit de tijd. De communicatiebranche kan juist bijdragen aan het oplossen van de problematiek door mee te denken over sterke voorlichtingscampagnes. Dat betoogde BVA bestuurslid Cees Jan Adema (PepsiCo) tijdens de primeur van CMC Reclamepoort op donderdag 12 november in Nieuwscentrum Nieuwspoort te Den Haag.

De eerste CMC Reclamepoort was geheel gewijd aan het belang van zelfregulering door de commerciële communicatiesector. Bestuurders uit deze sector en politici gingen in debat over de betekenis van de commerciële communicatiesector voor overheid en maatschappij.
Het evenement werd ingeleid met een presentatie over CMC, de belangenbehartigende reclamekoepel waarin BVA, DDMA, SPOT en VEA zich hebben verenigd, door DDMA voorzitter Tom Kok.

Adema: vrijwillige maar niet vrijblijvende zelfregulering
Onder de titel 'Commerciële communicatie als oplossing!' hield Cees-Jan Adema deze middag een betoog over de kracht van verantwoorde commerciële communicatie. Adema: “De wereld verandert steeds sneller en fundamenteler en de consument verandert mee. Vergis je nooit in de consument! Uit het recent gehouden BVA onderzoek naar de perceptie van de consument op reclame blijkt dat de consument goed geïnformeerd en kritisch is, een heldere mening over commerciële communicatie heeft en begrijpt wat reclame doet. Adema: “De consument van nu ziet wel degelijk een maatschappelijke rol voor reclame en verwacht eerlijkheid en transparantie van de adverteerders. Als die er niet zijn haakt hij af.”
Wat doet de branche hiermee? Adema: “Vrijwillige maar niet vrijblijvende zelfregulering door de branche is onontbeerlijk. Dat gebeurt via de Stichting Reclame Code en via het Bel-me-niet register.” Uitspraken van SRC zijn volgens Adema effectief. Als voorbeeld noemt hij de Staatsloterij, die na een stroom klachten bij SRC over de Jackpot-reclame, zijn uitingen heel snel en goed heeft aangepast.

Naast zelfregulering moet de branche volgens Adema ‘gas geven’ via media-educatie en verantwoorde communicatie. Een bijdrage aan educatie levert de branche onder meer via steun aan het mediawijsheid-programma Media Rakkers. Belangrijk is voorts volgens Adema om onder meer via CMC zelf bij te dragen aan positieve beeldvorming rond reclame. Dat kan door zelf eerlijk en verantwoord te communiceren en door actief deel te nemen aan discussies over maatschappelijke problemen. Adema: “Commerciële communicatie moet niet worden neergezet als oorzaak van maatschappelijke problemen maar als deel van de oplossing. Denk aan wat bijvoorbeeld een SIRE campagne allemaal te weeg kan brengen bij het publiek.” (Download de presentatie van Cees-Jan Adema>>)

Heemskerk: zelfregulering snelst en meest effectief
EZ staatssecretaris Frank Heemskerk sprak de branche deze middag toe als ‘kritisch beschermheer van de communicatiebranche’. Heemskerk: “Ik ben trots op de commerciële communicatie sector. Mijn uitgangspunt is dat er betrouwbare commerciële communicatie moet zijn, die beschikbaar is op het moment dat de consument dat wil.” Heemskerk noemde als voorbeeld de wettelijke grondslag voor het bel-me-niet register om duidelijk te maken dat wetgeving veel tijd kost. Heemkerk : “Ik ben ervan overtuigd dat zelfregulering het snelste en het meest effectieve middel is.” De EZ staatssecretaris tekende daar wel bij aan dat de sector zelf kritisch moet zijn en niet te vaak op de rand van misleiding moet gaan zitten. En dat hoewel sommige zaken soms wettelijk zijn toegestaan, je dat als branche misschien toch niet moet willen. Ook sprak Heemskerk zijn steun uit voor de denktank van CMC en de overheid.

Discussie: een proactiviteit gewenst!
De middag werd afgesloten met een discussie tussen Frank Heemskerk, Joop Atsma (CDA) en de vertegenwoordigers uit de branche in het publiek, dat onder meer bestond uit VEA voorzitter Ralph Wisbrun, SRC directeur Prisca Ancion, CMC voorzitter Hans Hillen, CMC directeur Ingrid van Engelshoven, DDMA directeur Diana Janssen, SPOT directeur Paul van Niekerk, BVA directeur Helen Faasse en BVA voorzitter Jan Driessen. Inzet van de discussie was de relatie tussen de overheid en de communcatiebranche. Net als Heemskerk toonde Atsma zich sterk voorstander van zelfregulering. Ook Atsma meent dat reclame te makkelijk door de politiek als zondebok wordt aangewezen en dat het verbieden van reclame niet effectief is. Atsma: “We vertrouwen erop dat we er met de branche uitkomen. Maar dan moet er wel proactief vanuit de branche worden opgetreden.” Atsma riep de sector op inzichtelijk te maken wat reclameverboden kosten. Tevens wees hij erop dat Nederlandse verboden al snel leiden tot verschuiving naar digitale kanalen en buitenlandse zenders die niet onder de Nederlandse wetgeving vallen. Handhaafbaarheid wordt dan ook een steeds belangrijker punt in de wetgeving.

Discussieleider en DDMA voorzitter Tom Kok concluderend: “Wij moeten als branche duidelijk maken dat we verantwoord willen communiceren en daarmee het vertrouwen van het publiek en de overheid winnen. Laat het CMC daarin een middel zijn om nader tot elkaar te komen.”

Na de discussie werd de CMC Reclamepoort afgesloten met een netwerkborrel. De door CMC gesmede brug tussen de communicatiebranche en de overheid heeft met deze bijeenkomst nog meer fundament gekregen voor een blijvende dialoog.






Voeg je eigen reactie toe


Naam:
E-mail adres:
Reactie: